jbs rinderhefe 5/10 ph

aanvullend voer met levende gisten en fenol voor een stabiele diergezondheid

Samengevat

  • met een verbeterd recept!
  • meer vet en eiwit
  • meer melk
  • stabiliseert de pens, vooral bij stress
  • vermindert het risico op pens-acidose
  • minder voerresten in de excrementen
  • vrij van GMO
  • versterkt het celmembraan

jbs rinderhefe 5/10 ph bevat levende gisten en door een speciaal drogingsproces ontstaan kleine korrels. Daarbij worden de levende gistcellen door een laagje inactieve (dode) gistcellen ingekapseld. Dit is zeer belangrijk, omdat de levende gisten eerst in de pens actief worden en zo tegen zuurstof, vocht en gistzuren beschermd blijven.

Nu met een verbeterd recept!

In onze jbs rinderhefe 5/10 ph hebben we een extra toevoeging met fenolen. Deze maken vrije radicalen onschadelijk, wat een negatief effect heeft op de gezondheid van de dieren. Er ontwikkelen zich bijvoorbeeld te veel vrije radicalen in het lichaam, als het dier wordt blootgesteld aan verhoogde stress door hitte, afkalven of hoge prestaties. Het is aangetoond dat het gebruik van fenolen leidt tot de consumptie van minder vitamine E en selenium dan radicale aaseters (antioxidanten). Dit voorkomt een tekort aan vitamine E, selenium en deze belangrijke stoffen zijn beschikbaar voor de groei, vruchtbaarheid en andere taken van het dier.

jbs rinderhefe 5/10 ph bevat: levende gisten, calciumcarbonade, magnesiumoxide, fenol.

Toepassing

De toepassing van jbs rinderhefe 5/10 ph is vanaf 1 à 2 weken vóór het afkalven, tijdens de gehele lactatie tot de droogstand met een dosering van 20 g per dier per dag.

jbs rinderhefe 5/10 ph kan ook aan mastvee en vrouwelijke nakomelingen gevoerd worden met een dosering van maar 40 g per dier per dag.

Verpakking

20 kg zak

Tijdens een testfase met 111 melkveebedrijven bevestigden onze klanten de algemene onderzoeksresultaten. Bij alle bedrijven is de dagelijkse melkopbrengst met gemiddeld 0,68 kg gestegen. Bij de bedrijven met meerdere voedergroepen steeg de melkopbrengst met 1,59 kg. Gezondheidseffecten toonden zich vooral op het gebied van stofwisselingsstoringen zoals acidose en ketose. 100 % van de bedrijven met voedergroepen hebben gerapporteerd dat acidose en ketose zelden optreden. Met betrekking tot alle onderzochte bedrijven, konden bij acidosen 90 % en bij ketosen 80 % van de bedrijven goede resultaten vaststellen.

Gemiddelde effecten uit twee onderzoeken

1. Veldonderzoek Frankrijk, 541 koeien van 22 bedrijven
2. Universiteit Utrecht, 67 koeien

melkvet & -eiwit-productie melkopbrengst
melkvet (g/dag) melkeiwit (g/dag)    
controle rundveegist controle rundveegist controle (kg/dag) rundveegist
1.  1199 1254 (+ 55 g) 894 938 (+ 44 g) 27,1 28,6 (+ 1,5 kg/d.)
2.  1360 1380 (+ 20 g) 1170 1230 (+ 60 g) 33,8 35,7 (+ 1,9 kg/d.)

bron: Lesaffre Feed Additives

Zeeftest

Rantsoen zonder levende gisten
Rantsoen zonder levende gisten

De zeef test geeft de mogelijkheid om een beeld te krijgen van de processen in het spijsverteringskanaal van de koe met de eenvoudigste middelen. Een fecale monster wordt dan geplaatst in een gewone huishoud zeef en gespoeld met water tot het water helder is. Wat overblijft zijn de onverteerde diervoeding ingredienten. Hoeveelheid en type van residuen geven de intensiteit van de spijsvertering weer.

Rantstoen met levende gisten
Rantstoen met levende gisten

Worden levende gisten gevoedt, dan is dit duidelijk zichtbaar door een verminderde hoeveelheid afval. Met name vermindert de hoeveelheid maiskorrels.

De werking van in de jbs rinderhefe 5/10 ph, gebruikte levende gisten Saccharomyces cerevisiae in de pens

Levende gisten verbruiken de zuurstof in de pens

jbs rinderhefe 5/10 ph: levende gisten SC 47, gehalte aan propionaat

Zuurstof heeft op de meeste micro-organismen in de pens een giftige werking. Levende gisten reduceren zuurstof, de celluloseafbrekende micro-organismen nemen toe. Dit kan in korte tijd worden gezien aan de uitwerpselen van het dier (zie boven); Vezels en granen residuen verminderen. De binding van zuurstof aan een levende gist zorgt ervoor dat vrije waterstof, in de vorm van propionzuur, ter beschikking staat.

Zowel bij energie arme voeding in de droge periode en tijdens lactatie, wordt de productie van propionzuur in de pens aanzienlijk verhoogd. In de lever wordt dit omgezet tot de energiebron glucose.

Levende gisten houdt de pens pH-waarde optimaal

jbs rinderhefe 5/10 ph: levende gisten SC 47, melkzuur afbrekende micro-organismen

Melkzuur verbruikende bacteriën worden bijzonder gestimuleerd en de populatie in de pens verhoogt aanzienlijk.

Door het verhogen van de omzetting van melkzuur in propionzuur wordt het risico van acidose bij toediening van energierijke rantsoenen boven-dien gereduceerd.

Stabilisatie van de pH-waarde

jbs rinderhefe 5/10 ph: levende gisten SC 47, stabilisatie pH-waarde

De stabilisatie van de pH-waarde is vooral belangrijk als er energierijke rantsoenen gevoerd worden (zie grafiek). Bij een lage melkproductie is een vezelrijke voeding voldoende om de koe energieker te krijgen (bovenste lijn).
Stijgt echter het productieniveau, dan zijn energierijke rantsoenen met zetmeelrijke voeding/krachtvoer nodig. Dit resulteert, bij de afbraak van zetmeel/koolhydraten, tot een vehoogde productie van melkzuur in de pens en daarmee tot een verlaging van de pH-waarde (onderste lijn).
Bij een pH-waarde van minder dan 5,8 bestaat het gevaar dat de pensslijmhuid door de zuren onherstelbaar beschadigd worden. De kans dat micro-organismen in de pens sterven zal groot zijn. Tijdens de afbraak van bacteriën, worden endotoxinen vrijgelaten die tot symptomen, zoals hoefbevangenheid, kan leiden. Met levende gisten kan deze ontwikkeling vermeden worden en de pH-waarde blijft in het veilige bereik van meer dan 6 (de middelste lijn). Pensbacteriën en pensslijmhuid worden hierdoor beschermd.

Pens doorsnede
Pens doorsnede

Een dicht "gazon" van de darmvlokken beschikt over een krachtige pens.

Let op: Ontgiftingsfunctie vervalt!

Door lage pH waarden onder de 6 kan de pens niet meer goed haar ontgiftingsfunctie waarnemen. De afbraak van toxines door eencellige organismen zoals de protozoa is geremd. Deze bouwen gecompliceerde moleculen zoals mycotoxines af en hebben hogere pH-waarden nodig, om zelf te overleven. In een pens die vaak een lage pH-waarde heeft, is het gevaar groot, dat toxines niet afgebroken worden en in verloop van tijd in het spijsverteringskanaal terecht komen via het bloed, in de organen.

Verbetering van eiwitvoorziening

Een goed functionerende pens is de basis voor een gezonde, hoogpresterende koe. Hoe meer micro-organismen in de pens actief zijn, des te beter is de voerefficientie.
jbs rinderhefe 5/10 ph verhoogt de microbiële populatie in de pens en geeft de koe naast een effectieve verwerking van voer en een verhoogde voeropname, een betere verzorging met hoogwaardige/verteerbare eiwitten bacteriën. Dit zal een positief effect hebben op de melkopbrengst.

Voeding inschatten op basis van melkinhoudstoffen

jbs rinderhefe 5/10 ph: stofwisselingcontrole vet-eiwit-quotiënt

Voor het specifiek oplossen van problemen met de geyondheid van dieren zijn intensieve onderzoekingen noodzakelijk. Tankmonsters van de zuivelfabriek en individuele resultaten van melkcontroles bieden andere basis gegevens voor een betere beoordeling over het voeden.

Melkvet gehalte

Het melkvet gehalte wordt bepaald door de azijnzuur-propionzuur-verhouding in de pens.
Hoe meer azijnzuur hoe hoger het vetgehalte in de melk.
Hoewel de voeding een grote invloed heeft op de pens en dus het vetgehalte, wordt de waarde ook bepaald door andere factoren zoals genetica, ras, seizoen, lactatie, melken en koelapparatuur.

Melkvet gehalte laag (< 3,6 %)
  • gebrek aan gestructureerde vezels, minder herkauwen (< 40 kauwt per slok) → acidose
  • het deeltjesformaat van de totale voeding is te klein of te groot, zodat de koeien het kunnen uitsorteren
  • te veel licht verteerbare koolhydraten in het rantsoen → acidose
  • te veel ruw vet (ca. > 1 kg/dag) resulteert in de vorming van geconjugeerd linolzuur en remming van melkvet synthese in de uier
  • gebrek aan voedsel
Melkvet gehalte hoog (> 5 %)
  • bij gelijktijdig laag percentage van eiwit (vet-eiwit-quotiënt ≥ 1,5)
    rekening houden met ketose
  • inhoud ruwe celstof is te hoog

Melkeiwit gehalte

Het melkeiwit gehalte is een manier om de energievoorziening te meten. Het is niet zo sterk afhankelijk van de voeding, zoals het vetgehalte, en wordt ook beïnvloed door factoren zoals genetica, ras, seizoen en lactatie. Het verschil tussen het eiwitgehalte in de eerste en derde lactatie mag niet meer dan 0,6 % bedragen per individueel dier.

Melkeiwit gehalte laag (< 3,0 %)
  • een te lage voeropname
  • energiegehalte van het rantsoen niet voldoende voor de prestatie
  • gebrek aan (hoogwaardige) eiwitten in het rantsoen
Melkeiwit gehalte hoog (> 3,8 %)
  • te veel krachtvoer / energie componenten → risico op acidose
  • bij problemen met de uiergezondheid, heeft de eiwitgehalte de neiging om te stijgen

Melkgehalte urinestof

De melk ureumgehalte zegt iets over het benutten van het voer, ruwe eiwitten en de pens functie. Het moet altijd worden gezien in samenhang met het eiwitgehalte (energievoorziening). Excessief eiwitgehalte in het rantsoen verhoogt de ureumgehalte van de melk. Afhankelijk van de melkprestatie geldt 300 mg/kg melk als bovengrens. Ligt de melkeiwit gehalte op een normaal niveau (3,2 - 3,8 %) en de urinestof gehalte over 300 mg dan moet de eiwit inname gereduceerd worden om onnodige spanning in de lever, van de koe, te vermijden.

Dit zou u ook interessant kunnen vinden ...